In de leer bij… William Wilberforce

Henk Jan KamsteegBlogLeave a Comment

Nog steeds is hij een groot voorbeeld voor menige hulpverleningsorganisatie. William Wilberforce (1759-1833) gaf zijn leven voor de strijd tegen het onrecht uit zijn tijd: slavernij. Een strijd die vandaag de dag smeekt om navolging. En niet alleen door leidinggevenden uit charitatieve instellingen. Daarom: in de leer bij William Wilberforce.

Het is al weer meer dan tweehonderd jaar geleden dat de Britse regering de slavenhandel verbood. De grote man achter dit besluit was William Wilberforce, het Britse parlementslid dat decennialang voor de afschaffing van de slavernij had gestreden. Een strijd die begon na zijn bekering tot het christelijk geloof in 1785. 

Bestudering van het leven van Wilberforce leert dat niet alleen hijzelf, maar ook vele mensen om hem heen grote leiders waren. Zeker in de definitie dat leiderschap niets meer of minder is dan het beïnvloeden van anderen, wist Wilberforce zich omringd door een schare aan leiders. 

In zijn ontwikkeling tot een groots christelijk politicus speelden diverse mensen een belangrijke rol. Zijn tante Hannah was een van hen. Na het overlijden van zijn vader werd Wilberforce, nog geen tien jaar jong, bij haar ondergebracht. In zijn nieuwe thuis kwam hij voor het eerst serieus in aanraking met het christelijk geloof. Hannah, een groot aanhanger van de puriteinse prediker George Whitefield, gaf haar enthousiasme door aan haar kleine neefje. Zelfs zo, dat zijn moeder, die hier niets van wilde weten, haar zoon weer naar huis haalde. Maar de eerste zaadjes waren geplant. 

Het was zijn vriend Isaac Milner die Wilberforce jaren later tijdens een reis naar de Franse Rivièra een boek van Philip Doddridge in handen drukte: Rise and Progress of Religion in the Soul. Dit boek sloeg bij Wilberforce in als een bom. Urenlange gesprekken met Milner volgden. Wilberforce was zo van zijn stuk gebracht dat hij besloot zelf het Nieuwe Testament in te duiken. Hij kwam tot een levend geloof: “The Great Change”, zoals hij het de rest van zijn leven noemde. Bij terugkeer in Engeland bezocht hij direct zijn mentor John Newton (auteur van het lied Amazing Grace) om over zijn bekering door te praten. 

Bij zijn bekering werden de ogen van Wilberforce op velerlei wijzen geopend. Zo besloot de steenrijke Wilberforce zijn soms wat losbandige levensstijl drastisch om te gooien. “Vreemd dat de meest grootmoedige en religieuze mannen niet inzien dat hun plichten groter worden naarmate zij rijker worden. Ze zullen worden gestraft voor de manier waarop ze hun fortuin nu uitgeven.” En dus zwoor Wilberforce zijn geliefde opera- en cafébezoekjes af en stelde hij zijn huis open voor het uitschot van de samenleving. Hij besefte nu dat al zijn geld van God was en dat Hij het aan hem gegeven had om goede doelen te dienen. God had hem zo gezegend opdat hij een zegen voor anderen kon zijn. 

Politieke loopbaan 

Zijn bekering bracht Wilberforce ook aan het twijfelen of hij zijn politieke carrière wel moest voortzetten. Op zijn 21ste was hij al lid van het Lagerhuis. Samen met zijn vriend William Pitt (met 24 jaar de jongste premier ooit) stond hij aan het begin van wat wel een imposante politieke loopbaan moest worden. Wilberforce had alles mee: rijkdom, vooraanstaande vrienden en een retoriek waar zelfs de grote redenaar Edmund Burke met bewondering over sprak. Kortom: William Wilberforce was een coming man. Maar nu hij het Licht had gezien, wilde hij alles opzij zetten om zich volledig te richten op God en naastenliefde. En dit betekende volgens hem terugtreden uit de politiek. Het waren Newton en Pitt die hem aanspoorden toch vooral politiek actief te blijven. Newton zei hem dat God hem had geroepen om het “goede te zoeken voor de kerk en voor de natie beide”. 

En gelukkig volgde Wilberforce dit advies op. Dit leidde ertoe dat hij volgens zijn biograaf Eric Metaxas uitgroeide tot “de grootste sociale reformer uit de geschiedenis van de wereld. De wereld waarin hij werd geboren in 1759 was een andere dan die hij verliet in 1833. Wilberforce zorgde voor een sociale aardverschuiving.” 

Zoals we bij alle grote leiders zien, luisterde Wilberforce naar de ‘heilige frustratie’ die God – door middel van anderen – in zijn hart had gelegd. “God heeft twee grote doelen op mijn weg geplaatst: afschaffing van de slavenhandel en hervorming van de moraal”, aldus de nog jonge politicus in zijn dagboek. 

Met zijn strijd tegen sociale ongerechtigheid voegde hij zich bij een rijtje illustere namen. Zo had bijvoorbeeld ook John Wesley als een van de eersten duidelijk zijn afkeer van de slavernij laten blijken. In 1774 schreef hij het pamflet Thoughts on Slavery, waarin hij duidelijk stelling nam tegen de slavenhandel. En zo zou later ook William Booth het overdragen van het Evangelie hand in hand laten gaan met de fysieke zorg voor de ‘weduwen en wezen’ uit zijn tijd. Of, zoals John Stott in Uitdagingen van deze tijd stelt: “Sociale betrokkenheid was zowel het kind van de bijbelse godsdienst als de tweelingzuster van evangelisatie.” Een uitspraak die dus zeker ook voor Wilberforce opgaat. 

Het leven van Wilberforce toont volgens een lovend artikel over hem in het Nederlands Dagblad aan hoe “God een burger van het Koninkrijk van God kan gebruiken bij het aanvallen van corrupte structuren in het koninkrijk van de mens”. En daarin zit direct ook een van de grootste lessen die wij uit het leven van Wilberforce zouden moeten halen. Wilberforce was niet alleen dagelijks drie uur in gebed, hij werkte ook dag en nacht aan zijn goddelijke doelstellingen. Oftewel: de handen gingen niet alleen lovend de lucht in, maar gingen ook uit de mouwen. Dit tegen alle weerstand in. 

Economische winst 

Want gemakkelijk was de kruistocht van Wilberforce niet. Net zoals tegenwoordig het geval is, werd onrecht in zijn tijd goedgepraat door de economische winst die het voor het Westen opleverde. Tweederde van de Britse handel was afhankelijk van de slavenhandel. De keuze was dus duidelijk: het was wij of zij. En als christen kon Wilberforce niet anders dan kiezen voor ‘zij’.  

En dus diende Wilberforce jaar in jaar uit een wetsvoorstel in dat de slavenhandel moest worden afgeschaft. Keer op keer werd dit voorstel met meerderheid van stemmen afgewezen. Maar onder aanmoediging van onder andere John Wesley (“Als God je voor deze taak heeft uitgekozen, zul je door tegenstand van mensen uitgeput raken. Maar als God vóór je is, wie zal dan tegen je zijn?”) hield Wilberforce vol. Totdat het parlement op 23 februari 1807 een wet aannam die instemde met het verbod op de slavernij. 

Hoe groot deze stap ook was, de slavernij was nu wel verboden, maar nog niet officieel afgeschaft. De strijd van Wilberforce was dus nog niet gestreden. Pas in 1833 bereikte hij officieel zijn doel: de slavernij werd afgeschaft. De Britse regering maakte dit mogelijk door twintig miljoen pond (in die tijd een astronomisch bedrag) vrij te maken om de slaveneigenaars schadeloos te stellen. Wilberforce had gewonnen. Enkele dagen later stierf hij. 

Combineren van twee doelen 

Volgens Charles Colson, eens raadsman van president Nixon en na zijn bekering oprichter van Prison Fellowship, kon Wilberforce zijn doel de slavernij te verbieden, nooit bereiken zonder zijn andere doel: hervorming van de nationale moraal. “Het geheim van het succes van Wilberforce was dat hij deze twee doelen combineerde”, aldus Colson in een column in Christianity Today

De tijd waarin Wilberforce vocht om zijn twee levensdoelen te verwezenlijken had niet moeilijker kunnen zijn. Slavernij was, zoals gesteld, erg belangrijk voor de economie. Daarbij kwam dat de meerderheid van de samenleving onverschillig tegen de hele kwestie aankeek. En wat betreft de reformatie van de sociale moraal stond het er niet veel beter voor. Publieke dronkenschap en criminaliteit waren aan de orde van de dag. De sociale elite hield er massaal maîtresses op na en van het christelijk geloof wilde men al helemaal niets weten. 

Maar Wilberforce liet zich hier niet door ontmoedigen. Door midden in de wereld te staan, voedde hij daarentegen juist zijn ‘heilige frustratie’. En, zo stelt Colson, hij besefte dat hij zijn twee grote doelen niet afzonderlijk van elkaar kon nastreven. “Het was zinloos te proberen een eind te maken aan het kwaad wanneer hij ook niet de waarden van de bevolking kon veranderen. Hij wist dat hij niet alleen hard moest vechten voor gerechtigheid, hij moest ook de mensen ervan overtuigen dat er een morele consensus moest komen die gegrond zou zijn op een bijbelse wereldvisie.” 

Colson beschrijft vervolgens hoe hij in de leer ging bij Wilberforce. Zo besefte hij dat hij wel kon blijven proberen genoeg vrijwilligers te vinden om bijbelstudies te geven in gevangenissen, maar dat hij er nooit genoeg zou vinden wanneer de gevangenissen steeds voller en voller zouden worden. Om iets aan criminaliteit te doen, moest hij dus meer doen dan evangeliseren. “De sleutel voor het succes van Prison Fellowship is iets wat we allemaal in het christendom zouden moeten leren: predik het Evangelie, maar werk ondertussen ook aan gerechtigheid en de waarheid, zodat levens en gemeenschappen kunnen veranderen.” 

En dat dit tijd kost, bewijst het leven van Wilberforce. Hij zag de vruchten van zijn eindeloze inzet pas na een halve eeuw, kort voor zijn overlijden. En zo moeten wij, zo concludeert Colson, volhouden te pogen de ogen van onze buren te openen voor de waarheid: een morele basis is essentieel voor een rechtvaardige samenleving. Zodra zij dit beseffen, kunnen zij net als voormalig slavenhandelaar John Newton de bekende woorden uit Amazing Grace zingen: “I once was blind, but now I see!”  

Voor dit artikel is o.a. gebruik gemaakt van Wilberforce door John Pollock (Kingsway Publications) en Amazing Grace van Eric Metaxas (Harper Collins Publishers). 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *