In de leer bij… Dietrich Bonhoeffer

Henk Jan KamsteegBlogLeave a Comment

“De kerk is niet slechts de plaats waar Hij verkondigd wordt, de kerk zelf is dit Lichaam van Christus.” Veel christenen zullen de woorden van Dietrich Bonhoeffer beamen. Maar weinigen zijn ook bereid ze in moeilijke tijden vorm te geven. Daarom: In de leer bij Dietrich Bonhoeffer.

In normale omstandigheden zou hij waarschijnlijk ‘gewoon’ een groot theoloog zijn geworden met de nodige volgelingen. Maar Dietrich Bonhoeffer leefde in Duitsland ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Een situatie waarin de theoloog zich bijzonder onderscheidde van velen van zijn collega’s en een waar leider werd. Volgelingen kwamen eigenlijk pas in groten getale na zijn dood. Een dood die volgde op ophanging wegens hoogverraad. 

Het verschrikkelijke einde van Bonhoeffer begon met zijn duidelijke visie op de kerk. De kerk van de navolging is ook de kerk van de naastenliefde: “De kerk is slechts dan kerk als ze er is voor de ander.” Bonhoeffer kon dus niet als tallozen van zijn collega’s zijn hoofd afwenden van de verschrikkingen van het naziregime. De massale Jodenmoord kon niet stilzwijgend plaatsvinden. En dus ging hij in verzet. 

Heilige zaak 
Dit verzet begon al toen de eerste tekenen van de kwaadaardige bedoelingen van de nazi’s duidelijk werden. In een radiotoespraak ging Bonhoeffer in 1933 in op het thema ‘De kerk en de Jodenkwestie’. Daarin stelde hij dat de kerk de staat niet alleen moest vragen of zijn  handelen wel legitiem was, maar dat ze ook verplichtingen had ten aanzien van de slachtoffers, ongeacht of ze nu wel of geen lid waren van de kerk. En, zo ging Bonhoeffer verder, de kerk moest niet alleen slachtoffers die onder het wiel zijn geraakt verbinden, maar zelf ook een spaak in het wiel steken. Het was duidelijk: Bonhoeffer had een heilige zaak gevonden waarvoor hij, zoals later bleek, zelfs bereid was te sterven. 

Eberhard Bethge beschrijft in zijn biografie over zijn vriend Bonhoeffer vijf stadia van verzet waar deze Duitser doorheen is gegaan. Het begon met ‘eenvoudig, passief verzet’ dat gevolgd werd door een openlijk ideologische. Het derde stadium was dat Bonhoeffer werd ingewijd in de voorbereidingen van een staatsgreep. Hierbij waren ook nog enkele andere predikanten betrokken. Een volgende stap bestond uit voorbereidende activiteiten voor de tijd na de staatsgreep. De laatste fase van verzet was de actieve samenzwering. Vooral dit laatste stadium was volgens Bethge het moeilijkste: “Er was geen kerkelijke dekking en geen klaarliggende rechtvaardiging voor iets dat buiten alle gewone regels viel.” Dit verklaart ook dat Bonhoeffer slechts enkele medestanders van evangelische zijde vond die zo ver met hem wilden gaan. Hoewel Bonhoeffers activiteiten steeds meer achter gesloten deuren moesten plaatsvinden, openbaarde zich hierin juist zijn moedige leiderschap. 

Macht 
Zoals het in leiderschapsontwikkeling gaat, was Bonhoeffer niet van de ene op de andere dag zover. De basis was al op jonge leeftijd gelegd. Toen zijn vader de theologiestudie van zijn zoon afdeed als verspilling van zijn talenten omdat de kerk niet meer was dan een ‘bekrompen vereniging’, stelde Bonhoeffer dat hij dus een taak had: de kerk hervormen. 

Bonhoeffer begon hiermee in 1927 door in zijn gemeente de kindernevendiensten te leiden. Maar ook met de oudere jeugd trok hij op. Bonhoeffer oefende grote aantrekkingskracht uit op de jongeren aan wie hij les gaf en met wie hij optrok. Werner Milstein schrijft in het boekje Bonhoeffer ontdekken dat de theoloog schrok van de invloed die hij op de jongeren had. Het laatste dat hij wilde was macht op andere mensen uitoefenen. In dit licht is de kritiek die Bonhoeffer begin jaren dertig op Hitler had extra interessant: “Laat de Führer zich door degene die hem volgt ertoe leiden diens idool te willen zijn – en de volgeling zal dat altijd van hem hopen – , dan glijdt het beeld van de leider over in dat van de verleider… Leider en ambt die zichzelf tot God maken, spotten met God.” Verder kwam Bonhoeffer in zijn toespraak overigens niet. De uitzending werd verbroken. 

Zoals gebleken, onderbrak Bonhoeffer zijn strijd niet. Hierin volgde hij overigens zijn grootmoeder die heldhaftig door een rij SA’ers heen liep die de deuren van Joodse winkels probeerden te versperren. “Ik doe inkopen waar ík wil”, zo stelde ze vastberaden. Een goed voorbeeld deed goed volgen. 

Navolging 
Hoewel Bonhoeffer in de begintijd nog pacifisme predikte, (“Ik bid dat God mij de kracht zal geven om niet naar wapens te grijpen”) bleek hij later bereid hier omwille van de goede zaak afstand van te doen. Tegenover bisschop George Bell liet Bonhoeffer zich niet alleen uit over zijn teleurstelling in de kerk (“Ik zou willen dat de Belijdende Kerk zich zo moedig en beslist had gedragen als de Noren”), maar gaf hij ook toe heel ver te willen gaan in zijn verzet tegen Hitler en de zijnen. “Ik zou tevoren uit mijn kerk treden. Zij kan en mag niet dekken wat ik zou doen… Hitler doden. Met eigen handen.” 

De vele (fragmenten van) dagboeken die Bonhoeffer ons naliet, geven een duidelijk beeld van hoe Bonhoeffer over zijn strijd dacht. Door alle regels heen is naast zijn twijfels en onzekerheden helder dat hij zeker was van zijn overtuiging dat christenen, ongeacht de eventuele nare consequenties, Jezus moeten navolgen. Hij gebruikte hiervoor de term ‘dure genade’. “Duur is ze, omdat ze oproept tot navolging, genade is ze, omdat ze oproept tot de navolging van Jezus Christus; duur is ze, omdat ze de mensen het leven kost; genade is ze, omdat ze hem pas zo het leven schenkt; duur is ze, omdat ze de zonde verdoemt; genade, omdat ze de zondaar rechtvaardigt. […] Christus leeft het leven verder in het leven van zijn navolgers.” 

Eigen verantwoordelijkheid 
En zou Christus het lot van de Joden aan zich voorbij laten gaan? Bonhoeffer schreef het volgende: “De plicht lijkt een veilige weg uit de doolhof van keuzemogelijkheden. Men grijpt naar datgene wat van boven wordt opgelegd; dat is de zekerste weg, en de verantwoordelijkheid draagt hij die bevel geeft, niet hij die het uitvoert. Maar als wij ons beperken tot onze plicht, zullen wij nooit op eigen verantwoordelijkheid durven handelen en dat is de enige mogelijkheid om het kwaad in het hart te treffen en te overwinnen. De man van plicht zal uiteindelijk ook tegenover de duivel zijn plicht moeten doen.” 

En dus nam Bonhoeffer zijn verantwoordelijkheid. Hij identificeerde zich met de vervolgden. Zo noemde hij de namen van de slachtoffers van de terroristische aanvallen tijdens de Olympische Spelen in 1936 voortdurend in zijn gebeden. En Bonhoeffer ging verder. 

Toen een Jonge joodse predikant door een SA-groep toegetakeld werd, haalde Bonhoeffer hem direct naar zich toe om hem te laten herstellen van zijn wonden. Vervolgens hielp hij de man te emigreren. 

En toen enkele andere mannen werden gearresteerd, deed Bonhoeffer verwoede pogingen om tot in de gevangenis door te dringen om de mannen bij te staan. In de briefwisseling die tussen hen ontstond schreef hij het volgende: “Ik vind dat we ons nu allen door lichamelijke en geestelijke discipline klaar moeten maken voor de dag waarop wij eens op de proef gesteld worden. Mijn gedachten zijn nu bijna voortdurend bij de gevangen broeders. Ze hebben ons veel te vertellen. Bij ons komt nu alles aan op de dagelijkse trouw.” 

Kiezen voor zwakken 

Het waren allemaal stappen die het gevolg waren van zijn theologie. Bonhoeffer kon niet anders dan kiezen voor de zwakken. Niet alleen in vrome woorden, maar vooral ook in daden waar anderen het massaal lieten afweten. Hun christelijk leiderschap ten spijt… “Een theologische ethiek die politiek handelen uitsluit, was voor Bonhoeffer niet voorstelbaar”, aldus Milstein. Bonhoeffer had geluisterd naar de oproep van Karl Barth: “Doe je mond ook open voor hen die zwijgen.” Of zoals hij het zelf verwoordde: “Alleen wie voor de Joden schreeuwt, mag Gregoriaans zingen.” 

Bonhoeffer was bereid hiervoor vele offers te brengen. Zelfs tot zijn eigen leven toe. Maar voordat het zover was, ontzegde hij zichzelf vele levensverrijkende dingen. Tegen zijn zwager en medestrijder Dohnanyi liet hij zich ontvallen dat een van de offers die hij moest brengen het afzien van een eigen gezinnetje was. Vervolgens vroeg hij zich af of Jezus Christus zich voor de hele wereld aan het kruis had laten slaan als Hij thuis familie had gehad. Dohnanyi antwoordde hier lachend op dat de metgezel van Bonhoeffer zijn geloof was. 

Misschien juist wel wegens het gemis van een levensmetgezel, uitte Bonhoeffer zijn gevoelens veelvuldig op papier. In september 1944, een half jaar voor zijn terechtstelling, schreef hij het gedicht ‘De dood van Mozes’, in wie Bonhoeffer een groot leider en voorbeeld zag. 

Op de bergtop, hoog verheven, 
Staat Mozes aan het einde van zijn leven. 
Hij houdt de ogen gericht 
Op ’t beloofde land, dat voor hem ligt. 
‘Zo vervult Gij, Heer, wat komen zou 
Nooit werd Gij uw woord ontrouw. 
Uw genade redt ons en maakt vrij, 
Uw toorn tuchtigt en verstoot mij. 
Trouwe Heer, uw knecht is U niet waardig, 
Ik weet het, Gij zijt altijd rechtvaardig. 
Heden zult Gij uw straf aan mij voltrekken, 
Mij met de slaap des doods bedekken. 
Alleen wie ongeschonden zijn geloof bewaarde, 
Proeft de druiven van de beloofde aarde. 
Geef mij, twijfelaar, maar de bittere drank. 
In het geloof zeg ik U lof en dank. 
Gij hebt wonderen aan mij gedaan, 
Verbittering in zachtmoedigheid om doen slaan. 
Laat mij zien door de sluier van de doodswoestijn, 
Hoe mijn volk optrekt naar het groots festijn. 
Ik zink weg in uw eeuwigheid, God, voorgoed 
Maar zie: mijn volk gaat de vrijheid tegemoet. 
Gij, die de zonde straft en graag vergeeft, 
God, ik heb voor dit volk geleefd. 
Dat ik de lasten ervan droeg, 
En nu zijn heil aanschouw – dat is genoeg. 
Houd mij vast! Mij ontvalt mijn staf. 
‘Trouwe God, geef mij een graf.’ 

Voor dit artikel is gebruik gemaakt van Bonhoeffer ontdekken, Dietrich Bonhoeffer, de biografie, Ik ben Bonhoeffer… en Verzet en overgave, alle uitgegeven door uitgeverij Ten Have. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *