Samenvatting… Every Good Endeavor van Tim Keller

Henk Jan KamsteegBlogLeave a Comment

Uit het voorwoord van Katherine Leary Alsdorf

Veel voorgangers leggen de nadruk op hoe wij in de kerk kunnen dienen, in plaats van hoe wij in de wereld kunnen dienen.

Het Evangelie vertelt o.a. het volgende:

  • God geeft om alles dat wij doen
  • God geeft om de producten die wij maken en de klanten die wij dienen
  • Het Evangelie geeft waarde aan het werk dat wij doen als leidinggevenden

Inleiding

Al het werk is niet zomaar een baan, maar een roeping.

Vocare = to call — Vocation

Werk slechts zien als een middel tot zelfvervulling en zelfontplooiing, heeft een vernietigende uitwerking op de mens. Sterker nog: het heeft desastreuse gevolgen voor samenlevingen.

Theologische visies op werk door de jaren heen:

  • Oecumenische beweging legde nadruk op christenen die hun werk gebruikten voor sociale gerechtigheid in de wereld.
  • Kleine groepen beweging richtte zich op het elkaar ondersteunen en toerusten voor de moeilijkheden die werk met zich meebrengt.
  • Revivalisten zien de werkplek vooral als plaats om te getuigen van Jezus.
  • De Lutherse theologie legde de nadruk op de waardigheid van al het werk. God zorgt voor de mensheid door het werk van mensenhanden heen.
  • Calvinisten zagen al het werk als Gods roeping. 

Visies op hoe God te dienen in het werk:

  • Zorgen voor sociale gerechtigheid in de wereld
  • Evangeliseren bij collega’s
  • Uitmuntend werk verrichten
  • Schoonheid scheppen
  • Vanuit een christelijke motivatie God verheerlijken, betrokkenheid en invloed zoeken in de cultuur
  • Met een vrolijk hart blijven werken door alle moeilijkheden heen
  • Doen wat je het meeste voldoening en passie geeft
  • Zoveel mogelijk te verdienen om van het verdiende geld genereus weg te geven

“Leaf bij Niggle” – Blad van klein:

(bron: Wikipedia)

Inleiding

Klein was een schilder die woonde in een landelijke omgeving. Hij was een zeer brave man, die nooit tegen iemand ‘nee’ kon zeggen. Daardoor kwam hij niet vaak aan schilderen toe. En wanneer hij wel schilderde, besteedde hij heel veel aandacht aan de bladeren van een boom. Aan een blad tekende hij een tak met nog veel andere bladeren. Aan de tak kwam een boom met andere takken en bladeren. Elk onderdeel was uniek en zeer prachtig geschilderd. Als de boom ongeveer af was schilderde hij de achtergrond. Het werd een zo groot werk, dat hij een ladder nodig had om aan de bovenkant te raken. Klein had slechts een buurman, die geen interesse had in het schilderwerk van Klein. Hij vond het maar tijdverspilling. Maar als hij Klein iets vroeg, stond deze altijd klaar om hem te helpen, zoals de wet het voorschreef.

Blad van Klein

Klein moest een reis maken. Hij was altijd maar bezig om hem uit te stellen, tot de dag dat er een man voor de deur stond om te zeggen dat hij zijn buurman niet geholpen had met het lek in zijn dak te dichten. Hij had daarmee de wet overtreden. Klein antwoordde dat hij niet over het nodige materiaal beschikte om dit te doen. Toen de man het schilderij zag, nam hij het in beslag om het lek in het dak van zijn buurman te dichten.

Toen de man weg was, zag Klein een ander op hem afkomen. Hij vertelde hem dat hij de koets bestuurde die hij al lang geleden had besteld voor zijn reis. Klein, die niets had ingepakt omdat hij het steeds had uitgesteld, vroeg aan de koetsier of hij nog vlug mocht gaan pakken. De koetsier antwoordde dat daar geen tijd voor was. Het enige wat hij kon meenemen was een tasje met een paar penselen en een doosje waterverf. Eenmaal in de stad, werd Klein op de trein gezet. Toen hij uitgehongerd en doodvermoeid aankwam op de eindbestemming, vergat hij zijn ‘bagage’. Toen hij die nog vlug wilde gaan halen, vertrok de trein en bleef hij staan zonder bagage op het perron. Het duurde niet lang of hij zag een kruier, die hem al van ver riep. De man bekeek Klein en constateerde, omdat hij geen bagage had, dat hij naar de armenvleugel zou gestuurd worden. Vlak daarna viel Klein flauw.

Toen Klein weer bijkwam lag hij in een ziekenhuisbed. Daar werd hij een paar dagen verzorgd. Toen hij weer kon lopen, moest hij klusjes doen. Het gevolg hiervan was dat Klein zijn tijd beter kon plannen, maar ook dat hij na een tijdje vergat wat hij nog allemaal had willen doen en uiteindelijk vergat hij zelfs de reden waarom hij daar zat. Na een tijdje was er maar een opdracht die Klein moest doen: graven. Hij groef en groef tot zijn handen open lagen. Toen viel hij weer flauw.

Toen hij weer bijkwam, was hij in een donkere kamer, waar hij enkele mannen over hem hoorde praten. Daar hoorde hij dat hij naar een volgend stadium zou worden overgebracht. Toen hij de dag erna weer bijkwam, was het zaaltje goed verlicht. Een dokter genas zijn handen en gaf hem een fles met een geneesmiddel. Daarna moest hij vertrekken naar het station. Op het station aangekomen vroeg hij hoe de trein, waar hij op moest stappen, heette. De conducteur antwoordde hem dat de trein en eindbestemming nog geen naam hadden.

Toen Klein aankwam op zijn bestemming, was er geen perron. Er was alleen een fiets waaraan een bordje hing met zijn naam. Na een tijdje fietsen, zag hij plotseling een boom staan. Na een tijdje naar de boom gekeken te hebben, stelde hij vast, dat de boom en het landschap heel veel leken op zijn schilderij. Na een tijdje rondgezworven te hebben in het bos achter de boom, kwam hij zijn buurman tegen. Samen verwonderden ze zich over de pracht van het landschap en besloten het helemaal af te maken door er op de juiste plaatsen extra bloemen en heggen te planten.

Toen dit allemaal gebeurd was, besloten ze naar de bergen te trekken om te kijken wat er achter lag. Aan de voet kwamen ze een herder tegen, die hun vertelde dat het land Kleins land heette. De twee waren zo verwonderd en vooral de buurman kon het niet geloven. Toen zei de herder dat de omgeving al eerder bestaan had op het schilderij van Klein en dat de buurman het niet had willen zien. Daarop trok Klein met de herder mee en ging de buurman terug naar de boom om te wachten op zijn vrouw.

Einde van het verhaal

Enkele mannen zijn aan het discussiëren. Wanneer het gaat over Klein, haalt een van de omstanders een lap uit zijn zak. Hij had die gevonden in de buurt van Kleins huis. Er was alleen een blad op te zien. Maar het blad was zo kunstig geschilderd, dat allen vonden dat het een plaats in het museum kreeg. Het blad van Klein werd in een hoek onder een nis gelegd, waar bijna niemand het zag, en geleidelijk aan iedereen vergat dat het er lag. Toen het museum afbrandde, bleef er van het blad van Klein niets over. Dat was het laatste wat van hem gehoord werd.

Iedereen is als Klein. We willen dingen bereiken, maar we voelen ons niet in staat dat wat wij voor ogen hebben te bereiken. Maar Korintiërs 15:58 zegt dat “door de Heer uw inspanningen nooit tevergeef” zullen zijn.

Er is een God, er is een toekomstige wereld en ons werk zal uiteindelijk in al haar schoonheid te zien zijn. 

In het boek komen vervolgens de volgende 3 punten aan bod:

  1. Gods plan voor werk
  2. Ons probleem met werk
  3. Het evangelie en werk

I          Gods plan voor werk

In het scheppingsverhaal lezen wij niet alleen dat God werkt, maar dat Hij er plezier in heeft.

Ook zien wij dat God mensen schept die het werk van Hem moeten voortzetten.

God werkt voor ons als onze Voorziener, maar wij werken ook voor Hem. Hij werkt door ons.

In Gods plan is het altijd de bedoeling geweest dat wij werken. Werk is niet pas aan bod gekomen na de val van de mens. Werk is onderdeel van de zegen van God (dus ook al in het paradijs). Werk is een basisbehoefte van de mens, net als eten, schoonheid, rust, vriendschap, gebed en seksualiteit.

We hebben werk niet nodig voor om zo geld te verdienen om te kunnen overleven, we hebben het werk zelf nodig om te overleven en vol leven te leven. 

Vrijheid is niet de afwezigheid van restricties, maat het vinden van de juiste restricties, degene die passen bij je eigen natuur en die van de wereld.

Voorbeeld vis; restrictie vis is te leven in water. In water heeft hij vrijheid. Daarbuiten gaat hij dood.

Het menselijk leven werkt alleen wanneer het in lijn is met de ‘gebruiksaanwijzingen’ van de maker: zes dagen werken.

Zonder werk hebben wij geen waardevol leven. Maar werk is niet het doel van ons leven.

In andere woorden: Werk is een onmisbaar onderdeel van ons leven. Het is een geschenk van God en een van de dingen die ons leven een doel geven. Maar het moet altijd zijn plaats kennen, onder God.

De waardigheid van werk

Al het werk , of dit nu met de handen of met het verstand wordt gedaan, zijn bewijzen van de waardigheid van de mens, omdat ze God reflecteren als de Schepper van de wereld. 

Werk heeft waarde omdat God werkt en omdat wij het als zijn vertegenwoordigers in zijn plaats doen.

In het Genesis zien wij God als tuinier. In het NT als timmerman. Geen werk is te klein of minderwaardig. Lichamelijk werk is net zo goed Gods werk als het werk van een theoloog.

Al het werk heeft waardigheid, omdat het Gods beeld in ons reflecteert en omdat de materiele creatie waar wij voor moeten zorgen goed is.

Werk als onderhoud

God heeft ons de taak gegeven om de samenleving te ontwikkelen en te onderhouden. (Genesis 1:28).

We zetten Gods werk voort. Dit gaat verder dan het bijhouden wat God heeft gemaakt. 

Zodra wij orde scheppen uit chaos, zodra wij onze creativiteit inzetten, zodra wij van iets meer maken, volgen wij Gods patroon van creatieve culturele ontwikkeling.

Een bijbels begrip van werk wekt een verlangen op om waarde te scheppen uit de middelen die ons voor handen zijn.

Op deze manier leggen wij een link tussen Gods werk en ons werk.

Zo lang voorgangers niet inzien dat zakendoen een manier is om orde uit chaos te maken, zullen zij falen in het ondersteunen van hun kerkleden.

Werk als dienstbaarheid

1 Korintiers 7:17

“In het algemeen: laat ieder in de positie blijven die de Heer hem heeft gegeven, blijven wat hij was toen God hem riep.”

God kan ons roepen tot al soorten werk. 

God geeft ons werk een doel, door ons op te roepen de wereld te dienen. Dit geldt dus voor elk werk, niet alleen voor bedieningen in de kerk of voor non-profitorganisaties.

We moeten werk leren zien als dienstbaarheid aan God en aan de mensen om ons heen – dichtbij en ver weg. We zullen ons werk dan ook volgens dit doel moeten doen.

Werk is een liefdesdaad: God eren door onze naaste lief te hebben en hen te dienen door ons werk.

Het verschil tussen woestenij en cultuur is werk.

Wanneer wij dit doel van ons werk zien, lopen wij niet het gevaar de zondag te scheiden van de rest van de week. William Diehl: Ons werk is ons gebedsleven.

Een van de manieren om anderen lief te hebben door je werk, is door je werk goed te doen. Als het Gods doel is dat wij werken om de mensheid te dienen, worden wij ook geacht ons best te doen.

Goed werk zien als een liefdesdaad heeft vele gevolgen:

  • We zullen niet drastisch overwerken
  • We zullen er niet de kantjes vanaf lopen.

Ons dagelijkse werk is een uiteindelijk een manier om God te aanbidden, omdat Hij degene is die ons ertoe geroepen heeft en ons de gaven en talenten ervoor gegeven heeft.

II         Ons probleem met werk

Werk zonder vrucht

Al ons leven is beïnvloedt door de zonde. 

Genesis 3 verklaart waarom wij ons werk vaak als moeilijk en zwaar ervaren. 

Werk – ookal draagt het vrucht – is vaak pijnlijk, heeft geen succes en kan ons helemaal breken.

Maar: werk op zich is geen vloek, maar ligt nu net als alle andere dingen in het leven onder de vloek van de zonde.

Dat je niet altijd bereikt wat je wilt bereiken in je werk, wil niet automatisch zeggen dat je een verkeerde baan hebt gekozen of dat je niet geroepen bent tot dit werk of dat je heel je leven op zoek moet gaan naar werk waar je geen frustraties in zult kennen.

God kan het wisselen van banen wel gebruiken om je vruchtbaarheid te maximaliseren.

Klein was gefrustreerd omdat hij zijn levenswerk niet kon afmaken. Hij kwam niet verder dan het blad. Maar geen van ons zal het eindresultaat zien. Maar in de hemel staat die boom. Daar zien wij waar wij hier aan begonnen zijn. Tolkien wilde hiermee zeggen dat de complete vrucht van ons werk in Gods toekomst ligt.

Werk is zinloos geworden

“Ik kreeg een afkeer van het leven. Elke bezigheid onder de zon ging me tegenstaan, want het is niet meer dan lucht en najagen van wind.’ – Prediker 2:17 

Werk kan verschrikkelijk zinloos voelen.

Zodra wij ons leven baseren op ons werk en de resultaten die wij behalen, op liefde en plezier, op kennis en leren, wordt ons bestaan bijzonder fragiel. Er zijn altijd omstandigheden in ons leven die de funderingen van ons leven bedreigen. En de dood maakt onvermijdelijk aan alles een eind.

Waar baseren wij de keuze van ons werk op?

Als wij niet al het werk als Gods werk zien, kiezen wij voor werk dat een boost geeft aan ons zelfbeeld. Dit is werk:

  • Waarmee wij veel geld verdienen
  • Die direct inspringen op de nood in de samenleving
  • En die voldoen aan de cool-factor.

Werk wordt egoïstisch

Vaak maken wij van werk dé zin van het leven. Het is de basis van onze identiteit. Het is het middel om ons uniek te maken ten opzichte van anderen.

Werk geeft ons een naam, en door werk maken wij naam.

De mensen die bouwden aan de toren van Babel haalden hun identiteit uit hun werk. 

Ze wilden een toren bouwen die reikte tot aan de hemel. Dit leidt tot materialisme: wanneer de vruchten van ons werk het bewijs is van onze status en veiligheid.

Ook wilden zij niet verspreid raken en als groep bij elkaar blijven.

Ze maakten een afgod van individuele prestaties én van de groep. Geen groep houd stand zonder God.

Wanneer wij inzien hoe geliefd wij zijn door God, hoe minder de kans dat wij egoïstisch worden in ons werk. Al de dingen waar wij onze identiteit uit halen, zijn in een keer minder belangrijk. We zijn vrij. 

Werk toont ons onze afgoden

We maken van iets een afgod wanneer wij er meer waarde aan hechten dan aan God.

Dit is: meer vertrouwen stellen voor wat betreft ons veiligheid, controle, waarde, bevrediging en schoonheid in iets of iemand anders dan in God.

We hebben allemaal het gevoel nodig dat we van waarde zijn. Dat wij ons werk ertoe doen. Maar zodra wij uit het oog verliezen dat wij dit alles in Hem hebben, zoeken wij het in iets anders.

Afgoderij heeft macht over onze daden, omdat het macht heeft over ons hart. 

Als rust onze afgod is, zullen we snel er de kantjes van aflopen met ons werk.

Als status onze afgod is, zullen we snel overmatig overwerken.

Afgod van deze tijd is de realiteit zoals deze nu is. Gevolgen zijn fraude en acties uit eigenbelang die wij nu zien in de financiële sector (en elders!). Systematische corruptie. 

Het Evangelie geeft ons middelen om meer voldoening te vinden in ons werk:

  1. Het geeft ons een ander wereldbeeld
  2. Het geeft ons een andere visie op werk als partnerschap met God
  3. Het biedt ons een nieuwe morele kompas
  4. Het verandert onze motieven om te werken.

III       Het evangelie en werk

We leven allemaal naar het verhaal waarin wij geloven. Wanneer je het verhaal van de wereld verkeerd ziet, zullen je gedragingen die er het gevolg van zijn ook verkeerd zijn.

Het wereldverhaal gaat om;

  1. Hoe het leven er uit zou moeten zien
  2. Wat dit verstoord heeft
  3. Hoe wij het weer goed kunnen maken

Een van de plekken waar de gevolgen van ons levensverhaal zichtbaar worden, is ons werk.

Hoe je de wereld ziet bepaalt hoe je wilt werken. Dit kan zowel positief als negatief zijn (corruptie e.d).

Het Evangelie zal tot gevolg hebben dat je anders met klanten en zakenpartners omgaat.

De Bijbel is geen handboek voor hun wij zaken moeten doen, loodgieterswerk of patiënten moeten behandelen. Maar het geeft wel inzicht in culturele, politieke, economische en ethische zaken.

Vragen die wij onszelf zouden kunnen stellen zijn;

  • Wat is mijn wereldverhaal?
  • Hoe bepaalt dit mijn doel, moraliteit e.d.?
  • Hoe vertaalt zich dit in mijn dagelijkse werk?
  • Welke mogelijkheden zijn er in mijn werk om
  • Individuen te dienen
  • Samenlevingen te dienen
  • Mijn beroepsgroep te dienen
  • Te gaan voor kwaliteit
  • Getuige te zijn van Christus

 Een nieuw beeld van werk

Door de algemene genade, is al het werk dat gedaan wordt een voortzetting van Gods werk. Ook wanneer dit gedaan wordt door niet-christenen.

God heeft vele van zijn gaven gegeven aan niet-christenen.

Een nieuw kompas voor werk

Waarom integer zijn in je werk? Vaak worden in betogen voor integriteit de baten van integer gedrag genoemd. Een kosten-batenanalyse dus. En hieruit blijkt dat integriteit op de lange termijn vaak meer oplevert dan oneerlijk gedrag.

Maar we zouden moeten staan van integriteit, ongeacht de gevolgen, dus ook als de gevolgen kwalijk zijn. We moeten integer, betrokken en gul zijn niet omdat dit gedrag loont, maar omdat zij goed zijn in zichzelf. 

Wanneer wij ons realiseren dat ieder mens gemaakt is naar Gods beeld, zal dit ook invloed hebben hoe wij in ons werk anderen benaderen. Hoe wil je aan het eind van je leven op je leven terugkijken? Hoe zou het zijn als je kan zeggen dat je je tijd, passies en vaardigheden hebt ingezet om er voor anderen te zijn en meer liefde te ontvangen?

Hoe kijk jij tegen anderen aan? Zijn zij slechts contacten die je verder kunnen helpen, klanten die je geld opleveren, medewerkers die jou vooruit helpen?

We moeten de ander als onze gelijke zien. Dit betekent onder andere dat wij transparant zijn in het delen van informatie (over producten), gaan voor tweerichtingsverkeer in de communicatie en dat wij anderen niet iets proberen op te leggen, maar eerder proberen te overtuigen. 

Om op de juiste manier ons werk te doen, hebben we een moreel kompas nodig.

Hoe wij wijs worden?

  1. Door niet alleen in God te geloven maar door Hem echt te leren kennen
  2. Door onszelf te leren kennen.
  3. Door ervaring op te doen.

Ander publiek

In Efeze 6 zegt Paulus dat wij al ons werk moeten zien als doen wij het voor God.

De vraag is dus: voor wie werken wij echt?

Voor medewerkers betekent dit dat zij altijd hun best moeten doen. Ook als hun manager of leidinggevende niet oplet. Wanneer wij ons dit realiseren heeft dit verschillende gevolgen:

  1. Wij dienen de ander met respect
  2. Wij gaan ethisch te werk
  3. We doen niet alleen ons best wanneer de ander naar ons kijkt
  4. We doen ons werk met plezier.

Voor werkgevers betekent dit o.a.

  • Dat wij onze medewerkers met respect behandelen
  • Ga op zoek naar de belangen van de medewerker
  • Niet uit de hoogte doen vanuit je positie

Nog enkele praktische gevolgen van deze visie op werk:

  • Christenen zouden niet grof moeten zijn naar klanten, medewerkers en leidinggevenden
  • Christenen moeten gul zijn naar klanten, medewerkers en leidinggevenden
  • Christenen moeten kalm blijven wanneer de ander fouten maakt

Nieuwe kracht voor werk

Wanneer wij niet iets groters om voor te werken hebben dan onszelf, vervallen wij als snel in zonden als trots, jaloezie en hebzucht.

Wanneer wij ons realiseren wat God door Jezus voor ons gedaan heeft zullen wij niet meer alles op alles hoeven te zetten om geliefd te zijn bij anderen en ons ten koste van alles en iedereen te bewijzen. We hoeven onze redding niet meer te verdienen.

Als jij je roeping wilt ontdekken, zul je moeten kijken naar de manier waarop je geschapen bent. Je gaven zijn niet toevallig komen aanwaaien.

Behoefte aan coaching om hier over door te praten? Ontdek wat ik voor je kan betekenen. >>

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.