Interview met Toon Gerbrands: Soms is alles wel eens waar

Henk Jan KamsteegBlogLeave a Comment

Een managementboek dat trapt tegen 52 heilige managementhuisjes. Daar wil ik, zelf auteur van diverse boeken over leiderschap, uiteraard meer van weten. Kan ik nog met goed fatsoen tijdens trainingen en lezingen mijn visie op leiderschap delen? In gesprek met de auteur van ‘Soms is alles wel eens waar’: Toon Gerbrands, directeur van PSV en auteur van tien managementboeken.

Afbeelding: Pics United

“Dit boek is een boek van bescheidenheid, kwetsbaarheid en reflectie,” zo trapt Gerards direct af. “Ik ben nu 63 en heb een hoop dingen meegemaakt. Ik heb ook veel managementboeken gelezen waar ik veel aan heb gehad. Ik ben er in ieder geval achter gekomen dat je altijd zelf moet blijven nadenken hoe je bepaalde principes in de praktijk wel of niet kunt toepassen.”

Wat is het heilige huisje waar u zich het meest aan stoort?

“De functioneringsgesprekken. Die voer je met je kinderen toch ook niet! Wat heeft het voor zin het hele jaar allerlei zaken op te sparen om vervolgens pas tijdens dat ene gesprek te delen? Niemand vindt deze gesprekken leuk. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat ik niet met mijn mensen praat. Maar dat doe ik op regelmatige basis. Als ik nu een verbeterpunt zie, geef ik die direct aan. Het gaat om dagelijkse coaching.”

Zit uw aversie niet vooral tegen de maakbaarheidsgedachte die in managementboeken kan zitten? 

“Ja. Natuurlijk bevatten veel boeken praktische wijsheden en tips. Maar waar het allereerst om draait, is oprechte interesse in je mensen hebben.”

Wim Kieft schrijft in het voorwoord dat de kunst van leiderschap vooral is goed met mensen om te kunnen gaan. Is het inderdaad zo simpel? Gaat het uiteindelijk om gewoon ‘normaal’ doen tegen elkaar?

“Ik deel dat voor honderd procent. Volgens mij is de essentie van leiderschap anderen mensen te laten functioneren. In mijn geval gaat dat dan om jongens van achttien jaar, vol tattoos en gekleurd haar met een salaris hoger dan dat van de directie. Zo lang die jongens de bal er blijven inschoppen, vindt iedereen dat ik een goede directeur ben. Natuurlijk is dit flauwekul, maar die link wordt wel gelegd. 

Ik vind dat een leidinggevende de helft van zijn agenda leeg moet laten. Voor onverwachte zaken, voor contact met je medewerkers. Als ik alleen maar met mijn deur dicht zit te vergaderen, kan ik niet de coaching aanbieden waar mijn mensen recht op hebben. Maar ik moet eerlijk zijn te zeggen dat het jaren heeft geduurd voordat ik dit zelf inzag.”

Voor veel leidinggevenden lijkt leiderschap een bijzaak. Ze hebben het zo druk met veel andere werkzaamheden.

“Ik spar wel eens met directeuren van grote bedrijven, met meer dan duizend man personeel. Maar ook zij geven aan bewust tijd vrij te maken voor hun mensen. Zij sluiten zich tijdens lunchpauzes bijvoorbeeld niet op in hun kantoor, maar gaan in de kantine zitten.

Wie beheert je agenda? Dat is bij mij niet het secretariaat. Want dan proppen ze je agenda zo vol. 

Een van de dingen die ik doe, is elke twee maanden een vrijdagmiddag vrijhouden voor iedereen die wil langskomen om een praatje te maken. Het gaat dan niet om personeel, maar om bijvoorbeeld supporters. Gewoon een kwestie van organiseren en je eigen agenda beheren.”

Is leiderschap niet een leven lang leren?

“Zeker. En dit kan ook door het lezen van managementboeken. Kunst is alleen wel voor jezelf de vertaalslag te maken naar de dagelijkse praktijk.”

U schrijft geen fan te zijn van heisessies.

“De heisessies die ik heb meegemaakt, draaiden altijd om lange dagen met rollenspellen waar ik een hekel aan heb, ’s avonds aan de bar hangen en de volgende dag doodmoe in een zaaltje zitten.”

Wat vindt u zelf het lastigste aspect van leiderschap?

“Je moet het leuk vinden de ellende van andere mensen op te lossen. Moeilijkste is dat er bij heel veel mensen een barrière licht van anderhalve meter voor mijn deur. Het blijft voor veel medewerkers lastig gewoon bij de leidinggevende binnen te stappen. Hoe amicaal je als leidinggevende ook kunt zijn en hoe veilige setting je ook hebt gecreëerd. Die drempel blijf ik lastig vinden om mee om te gaan. Dus betekent het dat ik zelf van mijn plek moet komen en op zoek moet gaan naar mijn medewerkers. Ik lunch daarom in de kantine en breng regelmatig tijd door op de Herdgang, het trainingscomplex van PSV. Maar ook nu: wat ik ook zeg of schrijf: kunst blijft het op je eigen situatie toe te passen.”

Soms is alles wel eens waar
Toon Gerbrands

Koop het boek hier

Ontvang een gratis e-book over Dienend Leiderschap, krijg de laatste blogs over leiderschap en storytelling in je inbox en mis niets! Meld je hier aan… >>

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.