Column IJM: Wie houdt het meest van mij?

Henk Jan KamsteegBlogLeave a Comment

We zitten op het dakterras van een hotel in een miljoenenstad in Zuid-Azië. Onder ons horen we het onophoudelijke getoeter van het eindeloze verkeer. Het is warm. Vies warm. Toch gaan koude rillingen over mijn rug. Het komt door een vraag die ons net is gesteld. Een vraag die van heel diep komt… 

Wij, een groepje Nederlanders, zijn op bezoek bij collega’s van International Justice Mission (IJM). We zijn in gezelschap van vier jonge vrouwen, meisjes eigenlijk nog. We hebben afgesproken niet naar hun geschiedenis te vragen. Omdat het te pijnlijk is. Te gevoelig om te delen met wildvreemden. Eerder is ons iets van hun verleden verteld. Het ene verhaal is nog aangrijpender dan het ander. Overeenkomsten zijn er ook:

– Alle vier werden ze op jonge leeftijd verkocht aan een bordeel waar ze dagelijks werden misbruikt. 
– Alle vier werden ze door IJM opgespoord en bevrijd uit de handen van hun pooiers.
– Alle vier werden zij opgevangen in een tehuis en kregen zij nazorg van IJM’s counselors. 
 
We maken – wat verlegen lachend – kennis met elkaar. We delen onze passies, onze dromen of gewoon ons favoriete eten. 

En dan opeens die vraag. Een vraag die mij ongelooflijk ongemakkelijk doet voelen. Die de rillingen door mijn lijf doet gaan. Liefst zou ik wegduiken. Het terras wegvluchten.
Een van de meisjes, mooi glanzend zwart haar en een kleurige jurk aan, neemt het woord. Ze haalt een chocolaadje tevoorschijn. Ze wil het aan een van ons geven. Maar niet zomaar aan iemand. Aan iemand in het bijzonder. Dan komt haar vraag: 
 
‘Wie houdt er het meest van mij?’ 
 
Daar zit ik dan. Een man van in de veertig. Gezinnetje thuis. 
 
‘Wie houdt er het meest van mij?’ 
 
Ik hoef geen chocola. Voel mij ongemakkelijk. Wat een diep verlangen van een meisje die dagelijks mannen moest plezieren.

Natuurlijk houd ik van dit meisje. Van alle meisjes van wie wij de verhalen hebben gehoord. Van al de meisjes die we nog niet kennen, omdat ze op dit moment nog ergens in een donker bordeel worden verstopt en vandaag weer worden misbruikt.

Aarzelend steek ik mijn hand op. Net als de anderen. Het is mijn eigen onzekerheid. Mijn onvermogen met dit kwetsbare moment om te gaan. Caroly Houmes, directeur van IJM in Nederland, krijgt het chocolaadje. Het is een half gesmolten Snicker die het meisje de hele dag al met zich meedraagt. Wachtend op het moment dat ze dé vraag kan stellen.

‘Wie houdt er het meest van mij?’ 


Wat is jouw antwoord?
Liefde is een werkwoord.
Ja, ik wil kinderen helpen bevrijden uit de seksindustrie.
Ik doe mee.

Maandelijks mag ik namens IJM een column schrijven voor de zaterdageditie van het Nederlands Dagblad. Dit is de tweede column in de serie.

Lees ook de andere columns
Column 1: Mijn ziel is al dood

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.