In gesprek met… Hans van Breukelen

Henk Jan KamsteegBlogLeave a Comment

Een gepassioneerd man. Vroeger op de goal. Tegenwoordig mét een goal: bouwen aan gezond leiderschap in Nederland. In gesprek met oud-keeper Hans van Breukelen. Of liever: een betoog van een bevlogen docent en auteur van boek ‘Maak je comeback’.

Van Breukelen is gastspreker tijdens de tweedaagse training Persoonlijk Leiderschap, op de KNVB Campus.
Investeer ook 48 uur in jezelf en neem deel aan deze training!  Lees meer. >>>

 

Zijn enthousiasme over het onderwerp leiderschap is niet te missen. Met drukke armbewegingen ondersteunt Hans van Breukelen zijn betoog voor effectief leiderschap. Verdedigen doet de oud-keeper van het Nederlands elftal en PSV allang niet meer. Denkend aan het kwakkelende leiderschap in het Nederlandse bedrijfsleven en plaatselijke gemeentebestuur, heeft hij de ‘aanval’ gezocht. Leiderschap moet anders worden ingevuld. En – hoe kan het ook anders? – hierin valt veel te leren van de sportwereld.

Jaren stond de oud-onderwijzer onder de lat van de kampioen uit Eindhoven. De leiderschapslessen die hij daar leerde, geeft Van Breukelen nu weer door. Voor wie nu eens een keer geen lezing van een bestuurslid of managementgoeroe wil horen, is de verfrissende insteek van Van Breukelen een verademing. Niet dat de Utrechter geen gebruik maakt van de theorieën van bekende heren als Covey, Collins en Blanchard, maar de draai die hij eraan geeft, is wel origineel.

“De voetballerij en het bedrijfsleven zijn fantastisch met elkaar te vergelijken”, steekt Van Breukelen direct met het interview van wal, zonder ook maar op een vraag te wachten. “De overeenkomsten zijn simpel. Het gaat erom mensen met verschillende kwaliteiten en achtergronden te inspireren tot het bereiken van een gezamenlijk doel. Ook heb je in beide gevallen te maken met emotie. In de sport is dit extremer dan in het bedrijfsleven, maar ook binnen bedrijven komt het voor dat de ene medewerker het fantastisch kan vinden met de een en totaal niet met de ander. In beide gevallen is er tevens een coach nodig die het beste uit mensen weet te halen. Een andere overeenkomst is dat mensen succesvol willen zijn in de dingen die zij doen. Ook naar aanleiding van succes kun je emoties ervaren.”

In de topsport zijn er genoeg voorbeelden van sporters die alles aan de kant zetten om hun doelen te bereiken. Een wijze les voor het bedrijfsleven, stelt Van Breukelen. “Ook voor leidinggevenden die dagelijks op kantoor zitten, is het belangrijk fysiek in orde te zijn. Als je fysieke gebreken hebt, gaat dit ten koste van je manier van leidinggeven. Ga maar na hoe anders je op iemand kunt reageren als je moe bent. Leiders hebben doorzettings- en incasseringsvermogen nodig. Wat doe je met de talenten die je hebt meegekregen? Ben je bereid er een levensstijl op na te houden waardoor je je talent tot wasdom kunt laten komen? Of neem je genoegen met zeventig of tachtig procent van je mogelijkheden?”

 

Juiste instelling

Om het beste uit jezelf te halen, is volgens Van Breukelen een juiste instelling nodig. Boeken lezen en seminars volgen over leiderschap is niet genoeg. “Het gaat om mentaliteit en karakter. Dat is belangrijker dan ergens een goed talent voor hebben. Jim Collins schrijft hierover in Good to Great dat bedrijven die bovenmatig presteren mensen selecteren om wie zij zijn in plaats van om wat zij kunnen. Goed voorbeeld hiervan is oud-spits Dirk Kuyt van Liverpool en Oranje. Ik heb hem eens horen zeggen dat hij ook bij een verloren wedstrijd niet het gevoel heeft dat hij echt verloren heeft. Waarom niet? Omdat hij van zichzelf weet dat hij alles gegeven heeft. Als je zo in het leven staat, gaan er natuurlijk nog steeds dingen fout, maar je kunt het in ieder geval niet jezelf verwijten. Ik geloof dat mensen de sleutel voor succes in eigen hand hebben als zij inderdaad hun eigen verantwoordelijkheid oppakken. Het gaat om keuzes maken in het leven. Keuzes voor iets wat bij je past.”

Van Breukelen kan zich opwinden over voetballers die na het ontslag van hun trainer opgetogen voor de camera’s stellen dat zij het wel fijn vinden dat hun coach is weggestuurd, omdat de beste man hen niet langer kon motiveren. “Wat is dit voor een onzin! Je moet je motivatie toch uit jezelf halen! Omstandigheden – of dit nu de kredietcrisis, de overheid of je slechte leidinggevende is – worden in mijn ogen veel te vaak als excuus gebruikt om niet goed te functioneren. Als ik vroeger een bal om mijn oren kreeg, stond ik ook te wijzen naar een ander. Maar ik ben tot de ontdekking gekomen dat dat geen nut heeft. Als ik op tijd mijn verdedigers had gecoacht, had ik de goal misschien kunnen voorkomen. Wijzen naar de ander heeft geen zin. Kijk naar wat je zelf had kunnen doen.”

 

Lessen van Hiddink

De motivatie van medewerkers ligt dus bij henzelf. Maar niet voor niets is Van Breukelen zo vol over leiderschap. Het is namelijk wel degelijk de rol van de leidinggevende die verschil kan maken. Als voorbeeld begint Van Breukelen een ode aan Guus Hiddink, onder wiens leiding hij in 1988 de Europacup 1 won, en die sindsdien vriend en vijand verbaasde met zijn successen als bondscoach van Zuid-Korea, Australië en tegenwoordig Rusland.

“Guus zegt altijd dat je moet zorgen voor een topsportklimaat waarin mensen mogen falen. Als jij in alles de uitstraling hebt dat je absolute top wilt – hetgeen je onder andere creëert door het bieden van goede faciliteiten, gezonde voeding en het verzamelen van de juiste mensen om je heen – zeg je onbewust dat mensen fouten mogen maken, maar wel een stapje harder moeten willen lopen. Hiddink weet in dit kader ook op natuurlijke wijze te zorgen dat doelstelling en strategie, kernwaarden en het gewenste imago heel snel als een soort normale situatie in de spelersgroep terechtkomen. Dat doet hij heel simpel, door gewoon de informele leiders in gesprekken te vragen wat zij nu het komende seizoen willen. Hoe gaan we dit doen? Hoe gaan we met elkaar om?”

“Waar Guus ook werkt, hij creëert familiair professionalisme. Zijn kunst is dat hij een ongelooflijk flexibele manier heeft om ergens te starten. Wanneer Guus ergens begint, begint hij niet met het uitdelen van de lakens, maar kijkt hij heel goed om zich heen hoe de huidige situatie is. Welke mensen in de groep zijn belangrijk? Hoe kan ik een beetje dit en dat doen om te zorgen dat iedereen dezelfde kant op loopt? Zijn kracht is het inzicht dat hij in mensen heeft en de echte aandacht die hij hun geeft. Hij weet snel te doorgronden wat mensen beweegt. Als je dit weet, weet je ook hoe je hen het beste kunt prikkelen. Hij weet altijd een groep mensen om zich heen te verzamelen, met wie hij dit deelt. Guus is geen control freak. Hij houdt wel alles in de gaten, maar dan de grote lijnen. Hij bemoeit zich dus niet met hoe iemand zijn kousen draagt. Guus let op dingen waar het om gaat.”

En bij deze lofzang blijft het niet. Van Breukelen: “Wat ik ook mooi aan Guus vind, is dat hij altijd zichzelf is gebleven. Als ik hem toevallig een keer tegenkom, weet hij precies welke vraag hij mij moet stellen. Dit omdat hij weet wat ik belangrijk vind. We doen gezellig een bakkie samen. Het gebeurt dan nog weleens dat hij gewoon zijn baal shag erbij pakt, shag die hij al rookte toen hij nog assistent was bij PSV. Dat vind ik Guus ten voeten uit. We zijn nu vijfentwintig jaar verder. Hij heeft zich in die tijd als coach enorm ontwikkeld, maar in wezen blijft hij die Achterhoekse ‘boer’.”

 

Van Breukelen geniet er zichtbaar van de leiderschapslessen door te geven. “Wat ik vooral wil meegeven, is dat er veel meer in je zit dan je zelf vaak denkt. Of sterker nog: dan wat je omgeving aangeeft dat er in je zit. Ik hoop dat mensen op zoek gaan naar hun passie. Zo vraag ik mensen weleens of zij er tussen hun tiende en zestiende levensjaar van droomden de positie te bekleden die zij nu bekleden. Er zijn maar weinigen die dit bevestigend kunnen beantwoorden. Maar waarom ben je het dan wel geworden?”

“Neem leiderschap. Waarom vind je het leuk leiding te geven? Kost het je energie of levert het je energie op? Geef je mensen het gevoel dat zij onderdeel zijn van een team of maak je jezelf en andere mensen alleen ouder? Die laatste groep noem ik wel de man-ager. Er is niet één stijl van leidinggeven. Waar het in coachen om gaat, is mensen te beïnvloeden de goede kant op te gaan. Beïnvloeden doe je door aandacht en duidelijkheid te geven. Ik geloof dat mensen willen veranderen, maar niet veranderd willen worden.”

Van Breukelen introduceert de term ‘spreadsheetmanagament’. “Alleen wat er onder de streep komt te staan, is belangrijk. Het gaat om de euro’s. Maar volgens mij kun je niet sturen op de uitkomsten. Het is net als met voetbaltrainers. Die kunnen niet sturen om te winnen. Zij kunnen hooguit sturen op het proces: mensen voorbereiden en tactieken afspreken met als doel winnend van het veld af te stappen. Maar of je uiteindelijk ook wint, hangt ook van andere factoren af. De concurrent bijvoorbeeld. Winnen is niet te beïnvloeden, het proces wel. Je moet als leidinggevende niet beginnen bij de centen, maar bij de medewerkers.”

 

Complimenteren

Als topsporter vroeg Van Breukelen zich regelmatig af hoe het toch kwam dat hij het ene jaar de ene bal na de andere pakte en het andere seizoen de ballen om zijn oren vlogen. “En hoe kon het dat ik soms echt het gevoel had deel uit te maken van een team en een volgend seizoen totaal niet. Wat was de rol van de trainers hierin? Ik ben steeds meer tot de ontdekking gekomen dat wat er in het ‘innerlijk theater’ gebeurt, doorslaggevend is voor wat mensen in het leven bereiken. Het gekke is dat – zeker in het voetbal – dit een braakliggend terrein is. Terwijl kreten als ‘hij is niet in vorm’ en ‘de chemie is er niet’ dagelijks gebruikt worden. Vervolgens wordt hier niets mee gedaan. Maar trainers die hier wel oog voor hebben, weten meer te bereiken met hun mensen.”

“Hoe wil je zorgen dat je mensen plezier hebben in hun werk, als je dit zelf niet eens hebt? Wanneer heb je bijvoorbeeld voor het laatst iemand een compliment gegeven? Hoe vaak gebeurt het niet dat managers ten onrechte een leidinggevende positie krijgen! Omdat ze een bepaald kunstje goed kunnen, worden zij gepromoveerd. Maar worden zij ook geholpen zich in deze positie te ontwikkelen?”

“Wanneer iemand goed in zijn vel zit, presteert hij het best. Waarom houden leidinggevenden hier dan zo weinig rekening mee? Wij leren nergens dat wij mensen kunnen helpen beter in hun vel te zitten. Wij zijn er wel meester in anderen de grond in te praten. Wanneer bel je een vriend als je weet voor welke voetbalclub hij is? Als die club verloren heeft! Dat noemen wij nu humor. Elkaar afzeiken. Wat ontbreekt, is echte aandacht voor elkaar en elkaar af en toe eens complimenten geven. Dit gaat op voor leidinggevenden binnen en buiten de sport.”

 

Bestel het boek ‘Maak je comeback’ van Hans van Breukelen hier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *