In de leer bij… Nelson Mandela

Henk Jan KamsteegBlogLeave a Comment

Hij wordt vaak in één adem genoemd met Moeder Teresa en Martin Luther King. Tijdens zijn jarenlange verblijf in de gevangenis groeide hij uit tot een mythe. Een status die hij na zijn vrijlating wist waar te maken. In de leer bij Nelson Mandela.

 

Op 18 juli 1918 kreeg hij bij zijn geboorte de naam Rolihlahla mee, ook wel vertaald met ‘onruststoker’. In 1963 werd hij veroordeeld voor sabotage en complotvorming om de regering van Zuid-Afrika omver te werpen. De onruststoker belandde voor 27 jaar in de gevangenis. Daar groeide hij uit tot een wereldwijde mythe. De naam Mandela stond gelijk aan de strijd tegen apartheid.

Het leven van Mandela stond in het teken van zijn ene roeping: vechten voor volledige democratische rechten in Zuid-Afrika. Voor dit hogere doel zette Mandela alles opzij. Zijn vrijheid, zijn gezin, maar niet zijn principes. Mandela wilde naar eigen zeggen een leider zijn die altijd bleef luisteren naar de mening van anderen.

Zijn ideeën over democratisch leiderschap deed hij op in de tijd dat hij als jongetje tien jaar lang woonde bij Jongintaba Dalindyebo, de regent van de Thembu’s. Tijdens de stambijeenkomsten waarvan de jonge Mandela getuige was, maakte hij kennis met democratie in haar zuiverste vorm. “Het grondbeginsel van zelfbestuur was dat alle mannen vrij waren om hun mening te uiten en dat ze als burgers gelijkwaardig waren”, aldus Mandela in zijn autobiografie De lange weg naar vrijheid.

Pas wanneer iedereen zijn zegje had gedaan, wilde Mandela zelf zeggen wat hij van bepaalde kwesties vond. Mandela: “Nooit zal ik de stelling van de regent vergeten: een leider, zei hij, is als een herder. Hij blijft achter de kudde en laat de behendigste vooroplopen, waarop anderen volgen, zonder te beseffen dat ze steeds vanuit de achterhoede worden geleid.”

 

Gezin

De kracht van Mandela’s leiderschap is verder dat niet zijn eigen positie, maar zijn doel op één stond. Ook hierin had hij een voorbeeld. Dit keer in dominee Harris, de predikant die de leiding had van de school die Mandela bezocht. “Hij was voor mij een goed voorbeeld van een man die onzelfzuchtig een goede zaak is toegedaan.”

Dit zichzelf wegcijferen, zien we in heel het leven van Mandela terugkomen. Ook in hoe hij met zijn gezin omging. Want hoewel hij genoot van de keren dat hij bij zijn vrouw en kinderen was, ging het nationaal belang voor. “Ik ben er altijd van overtuigd geweest dat een vrijheidsstrijder veel van zijn eigen gevoelens moet inslikken, met name die gevoelens waardoor men zich individualistisch en niet als deel van een massabeweging opstelt. Men vecht voor de bevrijding van miljoenen mensen, niet voor de eer van een persoon. Ik wil hiermee niet zeggen dat iemand een robot moet worden, zonder enig gevoel of motivatie. Maar zoals een vrijheidsstrijder zijn eigen familie ondergeschikt maakt aan het volk, zo moet hij zijn eigen gevoelens ondergeschikt maken aan de beweging.”

Dat zijn familie de rekening moest betalen, lijkt Mandela overigens wel te betreuren. In zijn autobiografie vraagt hij zich regelmatig af of hij wel het recht had hun te vragen de grote prijs te moeten betalen. “Wat mijzelf betreft, heb ik nooit spijt gehad van mijn betrokkenheid bij de strijd en was ik altijd bereid de ontberingen die me persoonlijk zouden treffen te accepteren. Mijn familie betaalde echter een verschrikkelijke prijs voor mijn betrokkenheid, een prijs die misschien te hoog was.”

Misschien daarom ook dat Mandela in De lange weg naar vrijheid met geen kwaad woord rept over zijn tweede vrouw Winnie Mandela. De rol die Winnie in de strijd tegen apartheid speelde, was niet zoals Mandela het zelf graag had gezien. Maar Mandela was niet een leider die zijn mensen – en dus zeker ook niet zijn ex-vrouw – publiekelijk zou laten vallen.

 

Respect

Uitzonderlijker nog, is dat Mandela zelfs zijn politieke tegenstanders – hoe bruut en meedogenloos zelf ook – altijd met respect bleef behandelen. Op jonge leeftijd leerde Mandela al dat hij zijn tegenstanders moest verslaan zonder hun eergevoel aan te tasten. Het vernederen van iemand veroorzaakt volgens hem alleen maar onnodig lijden. “Onze taak als leiders is ervoor te zorgen dat de dromen van de kinderen van Afrika uitkomen”, aldus Mandela in een toespraak tot de Verenigde Naties in 1995. Juist daarom kon hij een jaar daarvoor tijdens een speech na de verkiezingen zeggen dat hij de leiders van alle partijen en hun leden in vriendschap de hand wilde reiken. Een heldendaad op zich voor iemand wiens vrijheid voor een groot deel van zijn leven door dezelfde mensen was ontnomen. “Ik wist dat de mensen van mij verwachtten dat ik haat zou koesteren tegen de witten, maar dat was niet zo. In de gevangenis was mijn haat tegen de witten verminderd, maar mijn afkeer van het systeem toegenomen. Ik wilde dat Zuid-Afrika zou zien dat ik zelfs mijn vijanden liefhad, maar dat ik het systeem haatte dat ons tegen elkaar opzette.”

 

Om tot vrede te komen met je vijand, moet je volgens Mandela met je vijand samenwerken. Zo wordt je vijand je partner. De verzoeningspolitiek van Mandela wierp zijn vruchten af. De ‘zwarte Pimpernel’, zoals hij werd genoemd, kon niet voorkomen dat er bloedige gevechten uitbraken na zijn vrijlating. Toch verliep de overgang naar een democratie opvallend ‘rustig’. Het is aan Mandela’s morele gezag te danken dat Zuid-Afrika niet in een compleet bloedbad veranderde. Met zijn bekende warmte en humor leidde hij het proces in goede banen.

Het was ook Mandela zelf die vanuit de gevangenis het initiatief tot gesprekken met de toenmalige regering nam. Dit zelfs zonder medeweten van de andere ANC-leden. Het was een van de weinige keren dat Mandela zijn leiderschapspositie gebruikte zonder het volk eerst zelf te laten spreken. Mandela, die in die tijd van zijn medegevangenen gescheiden was, gebruikte zijn isolement om enkele doorslaggevende beslissingen te nemen. “Ik vond het vreselijk om van mijn kameraden gescheiden te zijn, maar mijn eenzaamheid gaf me een zekere vrijheid en ik nam me voor die te gebruiken om iets te doen waar ik al lang over liep na te denken: onderhandelen met de regering. Ik was tot de slotsom gekomen dat nu de strijd het best gediend was met onderhandelingen. Als we niet snel een dialoog begonnen, zouden beide partijen spoedig ondergedompeld zijn in een donkere nacht van onderdrukking, geweld en oorlog. Mijn eenzaamheid zou me de kans geven de eerste stappen in die richting te zetten, zonder kritische blikken die zulke pogingen teniet zouden kunnen doen.” En dus besloot Mandela tot een tijdelijk solistisch leiderschap. Maar nog steeds omwille van het volk, en niet voor eigen eer en glorie. Mandela: “Er zijn momenten dat een leider zich van de kudde moet losmaken en een nieuwe richting moet inslaan, in het volle vertrouwen dat hij zijn volk de goede kant op leidt.” En, zo voegt Mandela met zijn typische humor hieraan toe: “Bovendien had mijn organisatie een excuus in geval de zaak scheef zou gaan: de oude man zat eenzaam opgesloten, van alles en iedereen afgesneden en hij had op eigen initiatief gehandeld, niet als vertegenwoordiger van het ANC.”

Volgens zijn biograaf Anthony Sampson is deze beslissing van ‘de oude man’ cruciaal geweest voor de ontwikkelingen in Zuid-Afrika. “Zijn verzoeningspolitiek hing samen met zijn persoonlijke ontwikkeling: hij had geleerd zijn agressie te beheersen, om ‘met zijn hersens en niet met zijn bloed te denken’, en om zijn energie te richten op het doel, namelijk de overwinning via de weg van onderhandelingen.” Mandela werd volgens Sampson een beter politicus doordat hij al zijn gevoelens dienstbaar maakte aan het centrale doel (…) Hij was ‘gestaald en gehard’ en deze harde kern was essentieel voor het succes van de onderhandelingen die volgden.”

Mandela, in de media meestal met een grote glimlach op zijn gezicht, wist tijdens de onderhandelingen heel goed waaraan hij begon. Een ding was duidelijk: hij liet als gevangene niet met zich sollen. Stap voor stap bepaalde de gevangene de te varen koers. De toenmalige regering strubbelde weliswaar nog veel tegen, maar toen was eigenlijk al duidelijk wie nu echt de leider was. Zelf vergelijkt Mandela zijn strategie met een potje schaak. “Mijn stijl van spelen was langzaam en doordacht, mijn tactiek conservatief. Ik overwoog zorgvuldig de consequenties van iedere mogelijkheid en dacht lang na tussen de zetten.”

 

Opvoeden

De strategie van Mandela was onder andere zijn tegenstanders op te voeden. Hiermee ging Mandela door op het beleid van het ANC, dat zei dat je moest proberen iedereen op te voeden, zelfs je vijanden. “We waren ervan overtuigd dat iedereen, zelfs gevangenisbewaarders, in staat zijn te veranderen en we deden ons uiterste best ze over te halen”,  schrijft Mandela over zijn tijd op Robbeneiland.

Voorwaarde was wel dat tegenstanders bereid moesten zijn om te leren. En De Klerk, president van Zuid-Afrika, leek dit in eerste instantie zeker te zijn. De Klerk was volgens Mandela de eerste president die daadwerkelijk bereid leek om naar hem te luisteren. Hoewel de relatie tussen de twee heren allesbehalve soepeltjes verliep, bleef Mandela zijn best doen de president van zijn gelijk te overtuigen. Dit resulteerde uiteindelijk in zijn vrijlating en democratische verkiezingen in Zuid-Afrika.

 

Mandela bewees zijn unieke leiderschap eens te meer na zijn vrijlating. Terwijl het volk en de rest van de wereld hem massaal toejuichte, dankte hij de overwinning aan het volk zelf. In zijn eerste toespraak als vrij man benadrukte hij de heroïsche opofferingen van de mensen. “Ik sta hier voor jullie, niet als een profeet maar als een nederig dienaar van jullie, het volk.” In zijn autobiografie schrijft Mandela later dat deze woorden uit zijn hart kwamen. “Om te beginnen wilde ik de mensen zeggen dat ik geen Messias was, maar een gewone man, die door buitengewone omstandigheden leider was geworden.”

Een messias is hij dus niet. Een groot leider is hij wel. Niet voor niets noemt Kofi Annan, secretaris-generaal van de Verenigde Naties, hem de internationaal meest bewonderde en gerespecteerde persoon ter wereld. In een toespraak op de negentigste verjaardag van Walter Sisulu relativeert Mandela dit weer door de vrijheid van Zuid-Afrika juist aan de jarige toe te kennen. “Iedere handeling van deze man getuigt van het soort leiderschap dat het verschil bepaalde waardoor wij als land en als volk zijn geworden tot wat we thans zijn.”

Hoewel Mandela dus naar anderen blijft wijzen als dank voor zijn succes, spreken de slotwoorden van zijn biograaf boekdelen: “Hij had de moeilijke test doorstaan door te bewijzen dat hij het voetstuk waardig was, waarop hij tijdens zijn gevangenisjaren was geplaatst. Hij deed dat door zich als een feilbaar mens te presenteren. In zijn geval valt de biografie uiteindelijk samen met de mythologie; en dat zijn levensverhaal mensen in de hele wereld aanspreekt, is niet te danken aan de bovenmenselijke mythe Mandela, maar aan zijn wezenlijke integriteit.”

 

Terecht dus dat het iedere leider niet zal misstaan in de leer te gaan bij Mandela. Eén les die hij iedereen in ieder geval wil meegeven, is dat het feit dat wij hebben geleefd niet het belangrijkste in het leven is. “Het verschil dat wij voor het leven van anderen hebben betekend, bepaalt de zin van het leven.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *