Gary Haugen: strijd tegen slavernij

Henk Jan KamsteegBlogLeave a Comment

 

Hij zag onrecht, bleef kijken en ging het gevecht aan. Gary Haugen van International Justice Mission over leiderschap in een beslissend gevecht.

 

Zijn boek Vrijheid voor Linh is zowel hartverscheurend als hoopgevend. Uitzonderlijk jonge meisjes die gebruikt werden als seksslavinnen, maar worden bevrijd. Een reddingsoperatie onder leiding van Gary Haugen. Terecht wel de William Wilberforce van deze tijd genoemd.

 

Bij het lezen van je boek Vrijheid voor Linh moest ik denken aan wat Bill Hybels een ‘holy discontent’ noemt: een brandend gevoel iets aan de status quo te moeten doen. Is dit ook hoe jouw bediening begon?

“Het is iets wat in de loop der tijd is gegroeid. De vraag die bij mij steeds luider hoorbaar werd, was waarom er geen christelijke bediening bestond tegen geweld, ongerechtigheid en misbruik. Het werd mij steeds duidelijker dat er in de wereld een ongelooflijke nood is. Er zijn mensen die lijden, niet omdat zij geen artsen hebben, geen voeding of water, maar omdat zij misbruikt worden door andere mensen. Het gaat niet om een klein aantal mensen, maar om honderden miljoenen mensen, onder wie veel kinderen. Het is een bijbelse opdracht van onze naasten te houden en iets tegen ongerechtigheid te doen. Ik zag dus een nood en een opdracht, maar geen enkele christelijke organisatie die hier specifiek iets tegen deed. Mijn werk in Zuid-Afrika, de Filippijnen en Rwanda verhevigde het verlangen iets te doen.”

 

Het is één een ‘holy discontent’ te voelen, het is wat anders er ook mee aan de slag te gaan. Wat waren je vervolgstappen?

“Met veel oudere, wijze mensen te spreken over mijn gedachten. Wat vonden zij ervan? Zag ik dingen goed, miste ik misschien iets in het totaalplaatje? Het was voor mij een proces van drie jaar waarin ik mijn ideeën deelde met christelijke leiders. Het ging uiteindelijk om drie vragen:

  1. Is er werkelijk een nood? Soms willen wij iets doen, maar is er helemaal geen probleem.
  2. Is er niet iemand anders die al op dit gebied actief is? Zo ja, dan heeft het geen zin iets nieuws uit te vinden. Sluit je dan aan bij wat al bestaat.
  3. Kan ik daadwerkelijk iets toevoegen in de strijd tegen het probleem? Er zijn namelijk ook situaties denkbaar waarbij jij niet over de juiste vaardigheden en talenten beschikt om verschil te maken.

Wanneer je deze drie vragen hebt beantwoord en er inderdaad nood is, er niemand al iets tegen doet en jij verschil kunt maken, is het nog slechts een kwestie van volharding. De fundamenten zijn er. Nu zul je de obstakels uit de weg moeten ruimen. Obstakels die er waarschijnlijk voor hebben gezorgd dat nog niemand iets tegen het probleem doet.”

 

Had je rolmodellen die je inspireerden dit werk te doen?

“Ik had rolmodellen die door hun geloof iets tegen ongerechtigheid in deze wereld deden. Christelijke leiders in Zuid-Afrika die in de tijd van de apartheid in actie kwamen bijvoorbeeld. Ik woonde daar in 1985 en 1986. Zij leefden in een context van grof geweld en ongerechtigheid en juist door hun christelijke levensovertuiging probeerden zij hier iets tegen te doen. Een ander rolmodel voor mij is Ninoy Aquino uit de Filippijnen, die democratie probeerde te brengen toen Marcos dictator was. Ik leerde hem persoonlijk kennen toen hij een banneling was. Hij werd vermoord door het regime toen hij weer voet aan land zette. Voor het specifieke werk dat wij wilden doen, had ik geen rolmodellen. We moesten veel dingen zelf zien uit te vinden.”

 

Toen je als student rechten begon, had je nog geen idee dat je dit met je studie zou gaan doen.

“Ik was zeer gepassioneerd over de strijd tegen onrechtvaardigheid. Maar ik had geen idee welke rol ik hierin zou gaan spelen. Abraham Lincoln is altijd een grote held voor mij geweest. Of Martin Luther King jr. De verhalen van deze mannen waren voor mij als jongetje al zeer inspirerend. Maar pas toen ik na mijn studie in Zuid-Afrika terechtkwam, werd de strijd tastbaarder. Het was niet langer iets waarover ik alleen maar in de boeken had gelezen, maar wat ik terugzag in de levens van de mensen om mij heen.”

 

Je had het eerder al over doorzettingsvermogen. Hoe belangrijk is ‘moed’ in dit hele proces?

“Het is misschien wel de belangrijkste deugd. C.S. Lewis zei al dat moed de test is van alle andere deugden. Je kunt eerlijk zijn, totdat je een prijs moet betalen om eerlijk te zijn. Je kunt bewogen zijn, totdat het bedreigend voor je wordt. De twee zaken die ons het meest dwars kunnen zitten in onze christelijke levenswandel, zijn angst en een obsessief verlangen.

Voor het gebied waarin ik mij wilde gaan begeven, was de meest fundamentele angst de mogelijke confrontatie met geweld. Geweld vecht namelijk terug. Dit in tegenstelling tot ziekte, vervuild drinkwater of honger. Maar wanneer je iets tegen geweld wilt doen, zal het jou bedreigen. Dit raakt de kern van onze angst voor onze eigen veiligheid. Het zet onze overtuigingen onder druk. Dallas Willard stelt dat wij niet iets geloven omdat wij zeggen het te geloven, maar wanneer wij handelen als zou het de waarheid zijn.

We kunnen wel veel zeggen over bijvoorbeeld Gods liefde voor ons, maar het is wat anders hier ook naar te handelen. Wat ik in Zuid-Afrika zag, was dat leiders midden in een wereld van ongerechtigheid en geweld vrij waren van angst. Dit heeft onvoorstelbare indruk op mij gemaakt.

Een andere angst was de angst voor vernedering. Toen ik eraan dacht mijn carrière bij het ministerie van Justitie op te zeggen, was ik bang op mijn gezicht te gaan. Ik was getrouwd, had vier kinderen en een goede carrière. Ik had een mooie toekomst in het vooruitzicht. Maar wat maakte ik mij eigenlijk zorgen? Stel nu eens dat de hele onderneming een flop zou worden. Ik had nog steeds een goede opleiding. Misschien zou ik genoodzaakt zijn tijdelijk met m’n gezin bij mijn ouders te gaan wonen… Maar mijn grootste angst was dat wanneer ik mijn ideeën publiek zou maken en ik ervoor zou gaan, het vervolgens zou mislukken. Óf het was een slecht idee óf ik was een slechte leider. Geen van tweeën zou mij goed staan. En ik kon deze vernedering alleen voorkomen als ik geen risico’s zou nemen. Maar wat ik niet wilde, was dat ik op latere leeftijd zou moeten concluderen dat ik niet achter mijn droom ben aangegaan uit angst voor vernedering. Toch denk ik dat dit opgaat voor veel dingen die wij niet doen. Ik had mijn besluit niet door te gaan prima kunnen verdedigen door te zeggen dat ik nu mijn verantwoordelijkheid nam voor mijn gezin.”

 

Edmund Burke zei dat het enige wat nodig is voor de overwinning van het kwaad is dat goede mensen niets doen.

“Dit is inderdaad precies waar het om gaat.”

 

Nu was je zelf overtuigd. Hoe overtuigde je anderen mee te doen?

“Mijn vrouw was gelukkig erg enthousiast. Het was heel fijn dat zij ook niet haar eigen angsten op de weegschaal legde voor het besluit wel of niet de stap te zetten. Dit terwijl zij genoeg te vrezen had. Zo zou ik mij in gewelddadige omgevingen gaan begeven. Maar zij vertrouwde op het feit dat mijn levensdagen sowieso al bekend waren bij God. Dit gaf haar vrede met het idee dat het weleens fout kon gaan.

Mijn geluk was dat ook anderen achter ons stonden. Goede vrienden van ons waren bereid ons te steunen in onze plannen.

John Stott schreef het voorwoord van mijn eerste boek: The good news about injustice. In dit boek leg ik het waarom en hoe uit van de strijd tegen onrechtvaardigheid. Maar ook al was mijn betoog misschien wel goed, ik verwachtte niet dat iemand het zou lezen om wie de auteur was. Omdat Stott het voorwoord schreef, trok het boek toch de aandacht. Leiders zoals hij, die zo nederig en genereus zijn om hun geloofwaardigheid te willen inzetten, waren voor mij een enorme steun.”

 

Moet je een inspirationeel leider zijn om te doen wat jij deed?

“Je moet wel mensen kunnen inspireren. Er gaat veel inspiratie van uit als je mensen hoop kunt bieden. Het is belangrijk een visie te schetsen die tegemoet komt aan de nood van hun hart. Het gaat om passie. Om mensen die ergens om geven. Natuurlijk hoef ik de slachtoffers van misbruik niet te overtuigen, maar wel de mensen in het Westen voor wie dit vaak een ver-van-mijn-bedshow is. Ik moet ervoor zorgen dat de harten van mensen gebroken worden door te laten zien welk onrecht mensen elkaar aandoen.

Een leider moet een menselijk gezicht kunnen geven aan de harde cijfers. Het begint dus bij het creëren van compassie. Circa 46 miljoen mensen worden vandaag de dag als slaven gehouden. Hun leven is onvoorstelbaar ondraaglijk. Maar wanneer ik alleen met deze cijfers kom, raken mensen alleen maar ontmoedigd. Wat kunnen wij in vredesnaam aan deze aantallen doen? Een leider moet kunnen laten zien dat mensen daadwerkelijk verschil kunnen maken. En voor christenen komt hoop voort uit het begrijpen wie God is. God geeft om die miljoenen slaven. Hij is gepassioneerd over hen. Als Hij om deze mensen geeft, moeten wij om hen geven. En Hij geeft ons de middelen iets te doen. Dat geeft hoop.

Hoop komt ook door in beeld te brengen welke successen wij vieren. Het draait om het delen van verhalen. Ik probeer zo een gezicht te geven aan het grote lijden en aan de mensen die wij al hebben weten te bevrijden.

Verder zal ik mijn mensen altijd blijven inspireren hun relatie met God serieus te nemen en dagelijks tijd voor Hem te nemen. Het werk dat wij doen, is onmogelijk zonder dat wij diep verbonden zijn met God. Moeder Teresa zei eens dat zij zich niet kon voorstellen zonder gebed haar werk langer dan dertig minuten vol te kunnen houden. Maar hoe vaak doen wij ons werk niet zonder een week van gebed?”

 

Ben jij meer een strategisch of een operationeel leider?

“Beide, al neig ik meer naar het eerste. Als je de eerste medewerker van een organisatie bent, ben je genoodzaakt ook operationeel te denken. Er is geen werk dat mijn medewerkers nu doen dat ik helemaal aan het begin niet zelf heb gedaan. Maar ik moest natuurlijk wel de transitie maken van iemand die zelf van alles doet naar iemand die anderen toerust hun werk te kunnen doen.

Wat mij opvalt, is dat strategische leiders vaak een hogere status hebben dan operationele leiders. Terwijl beide facetten erg belangrijk zijn.”

 

Leiderschap is iets dat kwam met de baan. Kun je enkele lessen met ons delen die je zelf door de tijd heen hebt geleerd?

“Goed leiderschap maakt de potentie bij anderen los. Slecht leiderschap drukt talenten juist de kop in. Leiderschap is dus erg belangrijk. Ik heb geleerd dat leiderschap niet iets is wat je er zomaar bij doet. Mensen hebben inspiratie, visie en hoop nodig.

Belangrijk ook is dat leiders zich van zichzelf bewust zijn. Wie ben je diep van binnen? Waar liggen je passies? Waar je talenten? Maar ook: wat zijn je afgoden? Wat zijn je valkuilen?”

 

Je vertelde dat je oude, wijze mannen raadpleegde over je ideeën om IJM op te starten. Hoe blijf je je bewust van wie je zelf bent?

“Veel leiders krijgen hun erkenning uit hun activiteiten en hun drukke agenda. Maar het draait om zelfreflectie. Zit eens stil. Zoek momenten op waarin je helemaal afgezonderd bent. Onderzoek jezelf. Ik neem hier bewust veel tijd voor. Verder probeer ik zo transparant mogelijk te zijn. Het is belangrijk dat leiders zichzelf laten kennen door anderen. Veel leiders denken dat zij moeten voldoen aan de projectie die anderen van hen hebben. Het is goed ook je zwaktes aan anderen te laten zien.

Hiervoor is het goed iemand om je heen te hebben die jou met enige regelmaat de spiegel voorhoudt. En gebruik ook de Bijbel als je spiegel. We hebbend dit nodig, want we zijn geneigd onszelf als beter te zien dan wij vaak zijn.”

 

Geldt dit ook niet voor kerken?

“Ik spreek regelmatig voor predikanten en theologiestudenten. Ik vraag dan altijd wie er weleens een hele preek heeft gehouden of gehoord over de christelijke benadering tegen geweld. Niemand die z’n hand opsteekt. Dat is echt een groot probleem. Dit is dus iets wat voorgangers kunnen doen. Lees je in over het onderwerp en geef het vervolgens door aan je gemeenteleden. Ga op zoek naar mensen die slachtoffer zijn van geweld en misbruik om er voor hen te kunnen zijn. Begin met van hen te houden.”

 

Toen je dit werk eenmaal begonnen was, moest je veel aanverwante problemen zijn tegengekomen. Is het probleem niet te groot?

“Zo kan het wel voelen. Wanneer wij een langetermijnplan maken en die visie voor de komende tien jaar vaststellen, kun je overschatten wat je kunt doen in één jaar, maar onderschatten wat je kunt bereiken in tien jaar. Zowel over- als onderschatting is een gevaar. Het is belangrijk je te blijven focussen. Wij kunnen niet alles oplossen. Wanneer wij die indruk zouden geven, zouden wij bijdragen aan het cynisme wanneer we de gestelde doelen niet zouden bereiken. Kies daarom een te winnen gevecht dat nieuwe hoop genereert.

Veel kerken spelen op veilig. Dit kan goed voelen, maar het gevolg is vaak wel inspiratieloosheid, geen grote geloofservaringen. En dan is daar IJM, dat het onrecht echt te lijf gaat waardoor wij God aan het werk zien. De bediening tegen onrecht is voor veel kerken een uitnodiging om te ontsnappen aan trivialiteiten en een middelmatige manier van christen-zijn.”

 

 

Over IJM

Gary Haugen is oprichter van de International Justice Mission (IJM). IJM is werelds grootste organisatie in de strijd tegen slavernij.

http://www.ijmnl.org

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *